5.4 C
Brugge

1.500 brieven van en aan Gezelle beschikbaar op GezelleBrOn

Het Gezellearchief van de Openbare Bibliotheek Brugge werkt samen met de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren (KANTL), de Universiteit Antwerpen en vrijwilligers van het Guido Gezellegenootschap aan een digitale uitgave van Gezelles brieven. Het ultieme doel van het project is een wetenschappelijke online teksteditie van de volledige brievenverzameling, bijna 8.000 stuks, die in het Gezellearchief wordt bewaard. Momenteel zijn al zo’n 1.500 brieven gepubliceerd, waaronder de deelcollectie brieven van de ‘taalbroeders’. Dat zijn de leden van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde, die in 1886 mede door Guido Gezelle werd opgericht.

Gezelle en de taalbroeders

In 1886 stond Guido Gezelle mee aan de wieg van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde, de huidige KANTL. Taalfanaat Gezelle voerde een drukke briefwisseling met 51 van zijn medeleden, de ‘taalbroeders’. Het gaat om belangrijke personen uit het toenmalige literaire leven zoals J.A. Alberdingk Thijm, Pieter Willems, Ignace De Coussemaker, Willem De Vreese, Max Rooses, Jan Van Droogenbroeck, Gerrit Jacob Boekenoogen, Albert Verwey …

Onder hen bevonden zich ook drie Brugse figuren: Edward Gailliard, Karel Deflou en James Weale. Gailliard had de eerste door stoom aangedreven drukkerij in de Steenstraat. Van hem bleven heel wat brieven bewaard. Hij correspondeerde over Gezelles drukwerk, zoals de uitgave van de dichtbundel ‘Gedichten, gezangen en gebeden’ en het tijdschrift ‘Rond den Heerd’.

De familie Deflou had een antiquariaat in de Gruuthusestraat. Autodidact Karel werkte zich in in de geschiedenis en de taalkunde. De vele brieven met Gezelle gaan over hun gemeenschappelijke passie: de liefde voor taal en de studie van middeleeuwse handschriften in Brugse kloosters of bij privéverzamelaars.

De Engelsman James Weale kwam in december 1854 naar Brugge. Van 1857 tot 1878 werd het de vaste woonplaats van Weale en zijn kroostrijke gezin. Weale bestudeerde de kunst en de liturgie van de middeleeuwen. Hij was ook medestichter en de eerste conservator van de Société Archéologique. Deze vereniging richtte het eerste historische museum van Brugge op, de voorloper van het huidige Gruuthusemuseum. Samen met Gezelle stichtte hij het tijdschrift Rond den Heerd (1865). De brieven gaan over Weales onderzoek, zijn publicaties en zijn vurige verdediging van de ‘katholieke kunst’.

Schepen van Cultuur Nico Blontrock: “De correspondentie met de KANTL-leden toont aan dat Gezelle het centrale aanspreekpunt was binnen dit netwerk van prominente figuren. De leden gingen bij hem te rade voor hun eigen literaire of wetenschappelijke publicaties. Gezelles brieven werpen ook een bijzonder licht op het proces van de ledenverkiezingen van de Academie. Ze tonen het gekonkelfoes, de bitsige strijd tussen de liberale en katholieke leden, de regionale duels … en wie op Gezelles steun kon rekenen.”

Als het om literaire en taalkundige onderwerpen ging, was de toon van de brieven erg zakelijk. Met andere correspondenten groeide er tijdens de maandelijkse vergaderingen een warme vriendschapsband. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de brieven met bijvoorbeeld de Fries Johan Winkler en de dichter Alfons Janssens.

Citizen scientists 

Voor de online editie van de brieven werkt het Gezellearchief samen met een team enthousiaste vrijwilligers of ‘citizen scientists’. Zij stellen hun kennis over Gezelle en zijn netwerk in de negentiende eeuw ter beschikking om de brieven te ontcijferen, te transcriberen en van commentaar te voorzien. Via Gezelle.be zijn de brieven te raadplegen op GezelleBrOn (Gezelles Brieven Online). Je vindt er telkens een digitale reproductie van de originele brief en een transcriptie met inhoudelijke toelichting.

Vrouwen van papier: het volgende deelproject

“Het ultieme doel van het project is een wetenschappelijke online teksteditie van alle 8.000 brieven die in het Gezellearchief worden bewaard. Een enorme opdracht, die via verschillende deelprojecten behapbaar wordt gemaakt.

Een volgend deelproject bestudeert Gezelles vrouwelijke correspondenten. In oktober is het door de Vlaamse overheid gesubsidieerde project ‘Vrouwen van papier’ gestart. Gezelle correspondeerde met 200 vrouwen, van barones tot fabrieksmeisje, van biechteling tot familielid. Via een online brieveneditie, digitale beelden, een expo en een artistiek project brengt het Gezellearchief in 2024 deze onbekende getuigen tot leven: een verrassende vrouwelijke blik op Gezelle, het literaire archief en zijn tijd. Iets om naar uit te kijken”, zegt schepen van Cultuur Nico Blontrock.

Ben je al mee met dit?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Ook dit moet je lezen