zaterdag, juni 25, 2022
16.2 C
Brugge

Brugge behoefte aan 800 extra laadpunten

Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters heeft de potentiële locaties voor laadinfrastructuur laten verzamelen. Deze locaties worden via potentieelkaarten ter beschikking gesteld aan de lokale besturen. Zo rolt minister Peeters versneld laadinfrastructuur uit in Vlaanderen en zet ze in op de vergroening en verduurzaming van ons wagenpark. “Het blijft mijn ambitie om 35.000 laadpunten (CPE) te hebben tegen 2025. Met de potentieelkaarten willen we het makkelijker maken voor de centrumsteden, waar de nood het hoogst is, om laadinfrastructuur op hun grondgebied te installeren. Parallel met deze potentieelkaarten hebben we voor alle lokale besturen de toekomstige behoefte aan laadinfrastructuur per stad of gemeente in kaart gebracht”, zegt Vlaams minister Peeters. De maatregel moet lokale besturen helpen om de ambitie van 35.000 laadpunten tegen 2025 te realiseren. Brugge heeft zo behoefte aan meer dan 800 laadpunten.

De procedure om een publieke laadpaal te plaatsen neemt veel tijd in beslag en moet korter. Om tijd te winnen heeft minister Peeters een nieuw systeem uitgewerkt waarbij CPO’s (CPO of bedrijf dat laadpalen plaatst en beheert) per regio worden aangeduid. Lokale besturen kunnen beroep doen op deze CPO’s om laadinfrastructuur uit te rollen.

Daarnaast heeft minister Peeters de potentiële locaties om laadinfrastructuur te plaatsen per stad of gemeente in kaart laten brengen. Door deze potentieelkaarten worden alle belangrijkste factoren zoals laadbehoefte, elektriciteitsnet en andere factoren samengebracht om zo het proces te versnellen.

Vlaams minister Lydia Peeters: “Potentieelkaarten helpen bij de versnelde uitrol van laadinfrastructuur. Aan de hand van de potentieelkaarten kunnen lokale besturen namelijk snel en eenvoudig beslissen waar er laadinfrastructuur moet komen. Als een lokaal bestuur zelf laadinfrastructuur wil uitrollen, kunnen zij op die potentieelkaarten snel zien waar de ideale locaties zijn. Daarna vragen ze aan de charge point operator (CPO) om de laadinfrastructuur te plaatsen en werden zo heel wat procedures vermeden. Ook is het zo dat wanneer een laadpaal heel vaak gebruikt wordt, de CPO kan kijken om extra laadpalen te plaatsen (paal volgt paal).”

Er zal één Vlaams digitaal loket worden opgericht waar burgers hun aanvraag voor laadinfrastructuur kunnen indienen. Hiermee wordt ingezet op het concept Paal volgt wagen. Na de aanvraag zal de aangeduide CPO zorgen voor een publieke laadpaal op max. 250m van de woonst van de aanvrager.

“Wanneer een burger laadinfrastructuur aanvraagt via het digitaal loket kan er onmiddellijk op de potentieelkaarten gekeken worden wat de meest opportune locatie is (op maximaal 250 meter van de woonst)”, aldus minister Peeters. “Kortom: zowel voor lokale besturen als voor burgers wordt het gemakkelijker en sneller.”

Behoefteanalyse per stad/gemeente

Naast de potentieelkaarten heeft Vlaams minister Peeters ook behoefte naar laadinfrastructuur tegen 2025 van de Vlaming in kaart gebracht. Per gemeente of stad werd er een behoefteanalyse uitgevoerd (met het oog op de doelstelling van 35.000 CPE tegen 2025) met parameters zoals het inwonersaantal, aantal vrijstaande woningen met oprit/garage, autobezit, vervoersgewoonten, enzovoort. Zo blijkt dat tegen 2025 bijvoorbeeld in Gent er behoefte is aan 1716 laadpunten, in Hasselt 418 laadpunten en in Oostende 364 laadpunten.

“Door voldoende laadinfrastructuur te voorzien, willen we het comfort voor de bestuurder vergroten”, aldus minister Peeters. “Het is ambitie om te zorgen voor de versnelde uitbouw van zowel publieke, semi-publieke als private laadpunten in Vlaanderen. Tegen 2025 moet de teller in Vlaanderen op 35.000 laadequivalenten staan en hebben we elke 25 km (ultra)snellaadinfrastructuur langs de snelwegen en grote verkeersassen.”

Ben je al mee met dit?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Ook dit moet je lezen