vrijdag, juli 1, 2022
17.9 C
Brugge

Klok van Sint-Salvatorskerk valt 1M naar beneden

De Sint-Salvatorskerk was in de middeleeuwen één van de belangrijkste kerken in het centrum van onze stad. In een akte uit 1396 wordt het woord ‘beijaerden’ vermeld voor een feestdag. In de kerkrekeningen vanaf 1481 tot 1573 wordt het hergieten van bestaande klokken vermeld. Maar ook mei 2022 komt in de Brugse geschiedenisboekjes. Want een klok van zo’n drie ton is losgekomen en zeker een meter naar beneden gevallen. Over de oorzaak tast taste men vandaag nog in het duister. Wat wel zeker is dat men door experts de toestand van de klokken zal laten onderzoeken. Waardoor de klokken voor een tijdje niet meer van zich zullen laten horen.

Over de klokken van Sint-Salvatorskerk is veel terug te vinden in de geschiedenis. Voor 1573 zou de kerk een tiental klokken gehad hebben. Er waren vijf zware klokken: Salvator, Elooi, Johannes, Jacob en Krispijn. Naast deze vijf klokken waren er nog vijf andere klokken: Maria en vermoedelijk vier kleinere. In 1573 werden de Mariaklok en drie kleinere klokken aan de gieter Marc le Ser ter beschikking gesteld om nieuwe klokken te gieten. Op 3 april van 1573 goot Marc le Ser de klokken: Maria (3.222 pond), Petrus (1.000 pond), Paulus (928 pond), Cecilia (698 pond) en zeven appeelkens. De twee zwaarste wogen samen 672 pond , de vier volgende 514 pond en de kleinste 50 pond. Het kleinste klokje werd door de gieter aan de kerk geschonken. De elf nieuwe klokken moesten in harmonie zijn met de vijf zware luidklokken. In 1573 zou de toren van de Sint-Salvatorskerk bijgevolg ongeveer 17 klokken bevat hebben.

Enkele jaren na het gieten van de nieuwe klokken door Marc le Ser namen de calvinisten in Brugge de macht over. In 1578 was de Sint-Salvatorskerk verplicht om een deel van haar klokken in te leveren. Wel werden er in 1580 herstellingwerken uitgevoerd aan de grootste klok, Sint-Elooi. De klok kreeg twee nieuwe ringen, de klepel werd hersteld, er werd een nieuwe leren riem voor de klepel gemaakt en de luidas werd versterkt met ijzerwerk.

In 1622 giet Gregorius van Halle vier nieuwe klokken. De eerste klok kwam overeen met de toon ré, de drie andere met de tonen mi, fa en la. De tonen sol en ut (do) kwamen overeen met de bestaande klokken Johannes en Elooi.

In de 17de eeuw worden een aantal klokken gegoten of hergoten zoals blijkt uit het klokkenbestand van voor 1839.

NrNaamGewicht (pond)Gietjaar
1Elooi11.539 pond1719
2Salvator9.310 pond1669
3Maria6.700 pond1661
4Johannes3.660 pond1669
5?700 pond1669

Uit deze tabel blijkt dat de luidklokken van de Sint-Salvatorskathedraal niet opgeëist werden tijdens de Franse Revolutie. Wel moesten de klokken regelmatig luiden om de overwinningen van de Franse republiek op te luisteren. Zo moest de kathedraal in de eerste zes maanden van 1794 een bedrag van 48 pond, 2 schellingen en 8 grooten betalen aan de klokkenluiders.

De brand van 1839 en het gieten van de nieuwe klokken

Op 19 juli 1839 woedde er een grote brand in de Sint-Salvatorskathedraal. De vijf toenmalige klokken vielen naar beneden en smolten in de vuurzee. Nog in hetzelfde jaar goot Guillaume Dumery een kleine klok ter vervanging van dit gelui. Deze klok werd boven de noordelijke kruisbeuk gehangen in afwachten van het herstel van de toren. Deze klok bevindt zich momenteel in het koor. Na het bouwen van de nieuwe torenbekroning richtte de kerkfabriek zich op het gieten van nieuwe klokken. De weduwe van Guillaume Dumery ging niet in op de aanbesteding en weigerde haar gieterij ter beschikking te stellen. Vervolgens contacteerde men Andreas-Lodewijk van Aerschodt uit Leuven. Maar omdat men wou dat de klokken ter plaatse gegoten werden, ging deze gieter niet op het aanbod in. Van Aerschodt wou de klokken enkel in zijn gieterij in Leuven gieten. Slechts twee klokkengieters bleven over. Drouot uit Doornik en Petitfour uit Arbot (Haute-Marne) die als laagste bieder de opdracht kreeg. Als opzichter van het hele werk had de kerkfabriek L. Chicot uit Caen aangesteld die men in Doornik had leren kennen.

Op 29 oktober 1847 werden er op het Sint-Salvatorskerkhof naast de kathedraal drie nieuwe klokken gegoten door Paul-François Petitfour. De bourdon Salvator woog 3.802 kg, de Eligius 2.737 kg en de Mariaklok 1.970 kg. Een vierde klok, Johannes, van ongeveer 400 kilogram werd op 22 november gegoten door dezelfde gieter. Deze vier klokken werden op 23 november gewijd door de bisschop van Brugge Mgr. François-René Boussen. Eind 1847 hingen er dus vijf klokken in de toren: het driegelui bestaande uit de Salvator, Elooi en Maria en de twee kleine klokken die de namen Johannes en Willem kregen.

Met dank aan de studie van Tim Martens

Ben je al mee met dit?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Ook dit moet je lezen