dinsdag, juli 5, 2022
12.4 C
Brugge

N-VA Brugge maakt tussentijdse evaluatie

Met een gemengde blik kijkt de N-VA Brugge naar hun evaluatie van het Brugse stadsbestuur tot op vandaag. Het persbericht begint positief maar maakt brandhout van maar liefst veertien beleidspunten. Halfweg de legislatuur heeft de Brugse N-VA fractie, als grootste oppositiepartij, een tussentijdse evaluatie gemaakt van het beleid van burgemeester Dirk De Fauw en zijn college.

“Enerzijds voelen wij ons niet te beroerd om te erkennen dat er zaken ten goede zijn veranderd en gerealiseerd. Tientallen positieve voorstellen werden immers overgenomen door het zittende stadsbestuur. Dit bestuur haalt vaak de mosterd bij ons, de gele mosterd dus”, stelt fractieleider Geert Van Tieghem.  Dat is best veel, hoewel het natuurlijk correct zou zijn mocht het stadsbestuur dit ook erkennen. De oppositiepartij somt in hun persmededeling meteen ook zes punten op waarvan ze naar eigen zeggen aan de basis van liggen.   

  • De verzekeringsportefeuille werd eindelijk doorgelicht, wat een jaarlijkse besparing oplevert van 1 miljoen €.
  • Het nieuwe museum ‘Brusk’ komt er en wel op de juiste plaats, aansluitend dus bij het Groeningemuseum.  Vlaams minister van Cultuur Jan Jambon tekent voor ruim 27 miljoen € subsidies.
  • Het invoeren van gemeenschapsdienst voor sluikstorters en andere personen die bewust overlast veroorzaken
  • “Brugge bloemenstad”, daar ijveren we al voor sinds de jaren ’80.  Een prima evolutie, met de waarschuwing niet te overdrijven.
  • De ondertekening van het ‘Charter werftransport’ voor veilige schoolpoorten
  • De constructieve samenwerking met het bestuur van Antwerpen (burgemeester Bart De Wever en havenschepen Annick De Ridder) werpt duidelijk zijn vruchten af: Ronde Van Vlaanderen en fusie van de haven van Zeebrugge en Antwerpen

Anderzijds is de N-VA Brugge naar eigen zeggen minder of helemaal niet te vinden in sommige beslissingen of gebrek aan daadkracht van het Brugse stadsbestuur. Ook hier maakt de partij een lijst op met maar liefst veertien punten waar ze zich niet kunnen in vinden.

  • De oppositie (die nota bene toch ook 1/3 van de Brugse bevolking vertegenwoordigt) wordt permanent geweerd in allerlei belangrijke instellingen en organisaties (zoals de sociale huisvestingsmaatschappijen). Inspraak is nog steeds een hol begrip in Brugge.  Het overleg is in de praktijk vaak ‘NA-spraak’.
  • Te veel ondoorzichtige en onnodige subsidies aan ‘bevriende’ organisaties
  • De blinde bouwwoede in Assebroek (Mispelaar, Sint-Trudostraat, Altebij … )
  • De dure miskoop van metalen ‘kerstcontainers’ …
  • De makke aanpak tegen overlast, niet enkel van de transmigrantenproblematiek in Zeebrugge, ook de verloedering van de Smedenstraat en drugs en overlast jongeren in het Minnewaterpark zijn hier voorbeelden van.
  • De breuk tussen het Henri Serruysziekenhuis en het AZ Sint-Jan i.p.v. bijkomende fusies naar één efficiënt en krachtige Oostendse – Brugse samenwerking van alle ziekenhuizen.
  • Sommige verkeersproblemen worden niet echt aangepakt, zoals de snelheid in de dorpskern Lissewege
  • De slechte regeling van de verhuizing van het Sint-Andreasinstituut.
  • Te weinig aandacht voor het Nederlands als eerste taal in communicatie met burgers.
  • Het verder huren van het kille ‘Huis van de Bruggeling’ voor 800.000 € per jaar.
  • We slagen er niet in om Brugge op de kaart te zetten als hippe en trendy winkelstad. 
  • Het gebrek aan ambitie om interessante culturele dossiers onder handen te nemen zoals een blijvend eerbetoon aan Pieter Aspe, de sluiting en de toekomst van het Gezellemuseum en de Gentpoort, het tumult rond de gidsenpool in de musea, ruimte voor kunstenaars, de Boon-prijzen naar Brugge halen (nu naar Oostende!), …
  • Het gebrek aan visie en daadkracht zien we ook in de aanpak van de Brugse mobiliteit.   De geesten zijn intussen gerijpt om over te gaan tot een occasioneel autoluwe, historische binnenstad, met behulp van slimme stadstoepassingen.
  • Tenslotte baart de evolutie van de stadsfinanciën ons zorgen.  In het jaar 2021 overstijgen onze uitgaven voor het eerst onze ontvangsten. Van 2020 tot en met 2024 noteren we steeds een negatief budgettair resultaat. Onze spaarpot, in 2013 begroot op meer dan 100 miljoen €, zakt naar minder dan 2 miljoen € in 2024 …  ondanks de geplande verkopen van stadspatrimonium tijdens deze legislatuur voor 50 miljoen €, een historisch record! De personeelskosten stijgen in de periode 2020 – 2024 met 26 % !  De stadsschuld zal mogelijk tegen 2024 meer dan verdubbelen.  (163 miljoen €, zonder de schulden van de welzijnsverenigingen)  Vanuit onze N-VA fractie pleiten we voor zuinigheid en financieel realisme.  
    Een audit langs kostenzijde, reeds meermaals vanuit onze fractie gevraagd, is aangewezen.   

De analyse vanuit de oppositie is niet mals. Als is de vraag of ze daar op de Burg wakker van liggen. Op onze vraag om een reactie was men alvast duidelijk: “de oppositie speelt haar rol, wij zorgen voor visie en beleid.

Ben je al mee met dit?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Ook dit moet je lezen