zaterdag, juni 25, 2022
16.2 C
Brugge

Opinie: Terugkomen op een verkeerde beslissing is altijd een bewijs van wijs en verstandig bestuur

Onze krant is een platform waar snel en concreet worden gediscussieerd over en naar aanleiding van het nieuws. Dit doen we ook via opiniestukken zoals deze. Elk onderwerp is goed, als er maar een connectie is met het nieuws, en als het maar voor een breder publiek interessant is. Onze redactie beschikt over de naam en de contactgegevens van de schrijver. Ook uw opinie is welkom. Stuur ze naar: Redactie@brugge.express Ben je het eens of oneens met de schrijver hier boven? Reageer dus gerust hier onder.

In de jaren negentien vijftig was het een nationale politiek om zoveel mogelijk oude (bescheiden) woningen tot krot te doen verklaren en te slopen. De eigenaars kregen een slopingspremie van 50.000 fr. Ook in Brugge werden heel wat woningen als krot uit de weg geruimd. Men vond dit toen een uitstekende politiek. Dat hieronder ook heel wat gebouwen vielen die sommigen als merkwaardige elementen van het Brugse stedenschoon beschouwden, was een van de voorname redenen die in 1966 leidden tot de oprichting van de actiegroep ‘Stichting Marcus Gerards’. De diamontage waarmee de vereniging naar vele bijeenkomsten trok, oefende invloed uit op de publieke opinie. Men begon in te zien dat niet alle krotten gelijk waren en niet alle hoefden gesloopt te worden. Ongezonde huizen konden weer gezond en goed bewoonbaar worden gemaakt. De vereniging voegde de daad bij het woord en renoveerde verschillende huizen, onder meer in de Rodestraat, de Carmersstraat, het Oost-Gistelhof.

De slopingsmentaliteit had ook stilaan greep gekregen op de bestuurders van de Commissie van Openbare Onderstand. De COO was eigenaar van een paar honderd “godshuizen”, verspreid over de stad. Zoals alle oude huizen waren ze onderhevig aan slijtage en moesten ze vernieuwd worden en aan de vereisten van modern comfort aangepast. De mentaliteit begon zich te doen gevoelen dat men dit allemaal te duur vond en dat men liever van die godshuizen wilde af geraken. Men zou ze vervangen door appartementsgebouwen. Een eerste werd al gebouwd in een zijstraat van de Langestraat.

Naarmate de godshuizen leegkwamen door overlijden van de bewoners, aarzelde men of men er wel iets zou aan doen. Zou men ze niet liever verkopen? Natuurlijk, die huisjes en beluiken waren een belangrijk element in de aantrekkelijkheid van het historische Brugge. In het kader van het toerisme waren ze belangrijk. Maar zou men ze niet kunnen verkopen om als vakantiehuisjes of tweede verblijven te dienen?

Zo was er de lange rij huisjes van de ‘Schoenmakersrente’ in de Balstraat, die men liet leeglopen en waar men geen verbeteringswerken meer aan uitvoerde. En toen kwam er een oplossing. De stad Brugge kocht de huizen aan met de bedoeling er een Museum van volkskunde in onder te brengen. Een dergelijk museum ontbrak in Brugge en dankzij de inspanningen van conservator Willy De Zutter werd het, eenmaal in werking, een succes. Dit belet niet dat sommigen deden opmerken dat hiermee de COO zijn doelstellingen verloochende. Daarbij werd onvermijdelijk het ganse huizencomplex van de Schoenmakersrente afgebroken, met uitzondering van (min of meer) de gevels. Vanuit goede monumentenzorg was dit een natuurlijk aberratie en zeker niet voor herhaling vatbaar. Ook binnen de COO, omgevormd tot OCMW, werd dit duidelijk, en voortaan werd aangevat met een jarenlang programma van stelselmatige renovatie van alle godshuizen. Men kwam ook stilaan tot de overtuiging dat men hiermee voorlopers was in het aanbieden van woonst aan bescheiden inwoners, die men zo lang mogelijk zelfstandig kon laten wonen, liever dan ze in bejaardenhuizen op te sluiten. Het stadsbestuur ondersteunde deze gelukkige evolutie door in 1974 de meeste godshuizen als monument te doen beschermen.

Na het aantreden in 1977 van een nieuwe coalitie werd deze zienswijze verder gevolgd. De socialistische voorzitter van het OCMW, Fernand Bourdon, voegde er zelf een belangrijk ‘statement’ aan toe, door het bouwen op Sint-Kruis, langs het Acaciapad/Eikenberg, van een nieuw beluik met 23 bejaardenwoningen. Het geheel bleek zo geslaagd dat het weldra terechtkwam op de lijst van het te behouden merkwaardig onroerend erfgoed.

1978-2022

De geschiedenis lijkt zich te herhalen.

Het OCMW maakt het voornemen bekend om het beluik Acaciapad/Eikenberg te koop aan te bieden. Het zal worden verkocht aan de meestbiedende. Dit zal onvermijdelijk een projectontwikkelaar worden die er iets heel anders zal tot stand brengen dan woningen voor bescheiden bejaarden. Men heeft daarbij de indruk dat het OCMW eerder gebrekkig is tewerk gegaan wat betreft regelmatige onderhoud en aanpassingen. Men heeft blijkbaar de woningen, naarmate ze leegkwamen, laten verkrotten. Er lijkt hier dus een lange-termijn mentaliteit aan de basis van de afstoting te liggen.

De aangehaalde reden is blijkbaar dezelfde als destijds voor de godshuizen: “te duur om aan de nieuwe vereisten van comfort aan te passen”.

Wie een beetje vertrouwd is met dergelijke problematiek zal weten dat dit ‘larie en apekool’ is. Ieder huis is aanpasbaar. En elk architecturaal merkwaardig huis of huizencomplex moet aangepast worden. Dat dit op de korte termijn geld kost, spreekt vanzelf, maar als iemand zich daar niet mag laten door tegenhouden, dan is het wel een openbaar bestuur, dat het voorbeeld moet geven.

De woningen aan het Acaciapad passen volledig in de huidige overtuiging dat bejaarden zo lang mogelijk moeten kunnen zelfstandig blijven wonen. Het is het beste en ook meest goedkope alternatief tegenover woon- en zorgcentra.

Komt daarbij dat het beluik aan Acaciapad/Eikenberg, hoewel nog geen vijftig jaar oud, op de inventaris van het onroerend erfgoed prijkt. Het OCMW van 1977 had immers het goede idee gehad om het ontwerp voor dit beluik toe te vertrouwen aan de begaafde architect Axel Ghyssaert, zelf inwoner van Sint-Kruis, die er een merkwaardig geheel van maakte.

Men kan aan kenners en ervaringsdeskundigen niet wijs maken dat de kosten van renovatie te hoog zouden zijn. Het OCMW kan zich daar trouwens niet achter verbergen, want de eventuele deficits (als die er zouden zijn) worden via de jaarlijkse toelagen, door de stadsbegroting gedekt.

Er is dus geen enkele ernstige reden om dit merkwaardig beluik te verkopen. Het OCMW moet integendeel een programma van stelselmatige renovatie opstellen, te beginnen met de huizen die thans leeg staan. Binnen de kortste keren moeten de 23 woningen opnieuw hun rol vervullen als woonst voor bejaarden met een bescheiden inkomen. Alleen zo zal het OCMW verder op waardige wijze de opdracht vervullen die de zijne is.

Terugkomen op een verkeerde beslissing is altijd een bewijs van wijs en verstandig bestuur. Hopelijk zal dit ook hier het geval zijn.

Andries Van den Abeele

Voorzitter vzw Marcus Gerards

Ben je al mee met dit?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Ook dit moet je lezen