5.4 C
Brugge

Struikelsteen in de August Derrestraat

Schepen van cultuur Nico Blontrock: ‘Met medewerking van de Erfgoedcel en het Stadsarchief legde Werkgroep Struikelstenen Brugge een eerste steen in Assebroek als eerbetoon aan Mathieu Hinoul, die stierf als gevolg van zijn acties tegen de bezetter. Een zeer waardevol initiatief dat zowel herdenken van het verleden als onthouden voor de toekomst in zich draagt.’

Mathieu Hinoul (1926-1945) is geboren te Sint-Kruis op 26 augustus 1926 als oudste zoon van Lambert Hinoul, een beroepsmilitair, en Albertine Pintelon. Na enkele jaren verhuisde dit gezin naar Assebroek in de August Derrestraat 39 (nu huisnummer 47). Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, zat Mathieu Hinoul op de Brugse Rijks Middenschool in de Boomgaardstraat, ook gekend als de ‘école moyenne’.

In 1942 zette Mathieu Hinoul zijn eerste stappen in het verzet als koerier van kapitein-commandant de Peneranda van de Legion Belge. Hij was hierbij duidelijk geïnspireerd door zijn ouders, die beide ook actief waren in het verzet. Zijn vader, Lambert, was lid van het Geheim Leger en legde zich toe op het drukken en verspreiden van anti-Duitse propaganda. Zijn moeder Albertine Pintelon stond haar echtgenoot bij, was koerierster en hielp ondergedoken joden en gevluchte politieke gevangenen.

Als zestienjarige stichtte Mathieu samen met medeleerling Hubert Van Achte de ondergrondse verzetsgroep de Revolutionaire Volksjeugd. Zijn verzetsnaam was René. Hij rekruteerde niet alleen leden onder de medeleerlingen van de Rijks Middenschool, maar ook onder de jonge sportlui van de atletiekclub Olympic Brugge, waarvan hij zelf lid was. Zo kwam hij ook in contact met Marc Braet, actief in de Communistische Partij. Hinoul verspreidde sluikpers zoals ‘La Libre Belgique’, ‘Vrij België’, ‘Vogelvrij’, ‘De Roode Vaan’ en ‘Het Brugse Vrije’. Dit laatste verzetskrantje was het officieel blad van het Onafhankelijkheidsfront Brugge, een door communisten gedomineerde verzetsbeweging. Vaak hielp hij dergelijke blaadjes te stencilen. Ook maakte hij deel uit van de Patriottische Militie en vervalste hij identiteitspapieren. In de haven van Brugge deed hij kleine sabotagedaden aan bv. het spoorwegmateriaal. Verder verzamelde hij ook wapens, die hij soms stal van de Duitsers. Hij verrichtte ook verschillend vandalenstreken, zoals het plaatsen van V-tekens op muren en hij hielp werkweigeraars en onderduikers. Zijn groepje kwam regelmatig samen in het café ‘De Welkom’ gelegen in het Loppemstraatje in Brugge.

Door een medeleerling en studiemeester werd Mathieu Hinoul verklikt en op 21 september 1943 samen met zijn vriend André Peuteman door de Geheime Feldpolizei in de school opgepakt. Zonder enige vorm van proces voerden ze hem op 17 november 1943 naar de Sint-Gillisgevangenis in Brussel om er enkele dagen later via Essen op 20 november 1943 gedeporteerd te worden naar het Duitse strafkamp Esterwegen. Op 21 februari 1944 belandde Mathieu Hinoul in het kamp Börgermoor, waar hij zware arbeid diende te leveren en te lijden had van slechte voeding en regelmatige mishandelingen. Op 13 maart 1944 werd hij overgebracht naar het tuchthuis Gross Strehilz in Polen. Zwaar ziek en verzwakt kwam hij op 20 november 1944 aan in Gross Rozen waar hij gevangenisnummer 396.B/82120 kreeg. Op 8 februari 1945 werden alle zwaar zieken, waaronder ook Mathieu Hinoul, weggevoerd naar Bergen-Belsen. Men vermoedt dat omstreeks 11 februari Hinoul stierf wegens uitputting en ziekte. Zijn lichaam werd nooit gevonden.

Ben je al mee met dit?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Ook dit moet je lezen